Erythronium

24 soorten
Het geslacht Erythronium is al vele eeuwen in cultuur. Eén van de redenen dat het aanbod zo schaars blijft, is te wijten aan de moeilijke teelt. Knollen van Erythronium zijn erg gevoelig voor wind en mede daardoor kunnen de bolletjes na het rooien snel indrogen. Machinaal rooien is niet bevoordelijk voor de kwaliteit, een beschadiging op de knol leidt al snel tot schimmelvorming. Het verspreidingsgebied is groot: Midden- en Zuid-Europa, Iran en de Kaukasus en vele species vinden hun oorsprong in Noord-Amerika. De hybriden, ontstaan uit kruisingen van E. tuolumnense x E. revolutum, zijn van Nederlandse afkomst (onder andere van de heer L. Slikker). De Nederlandse benaming hondstand is ontleend aan de vergroeide buisvormige bol, vergelijkbaar met de tand van een hond. De bladeren staan tegenovergesteld en zijn breed ovaalvormig en steeds twee per plant. Vrijwel alle erythroniums hebben een schitterend getekend blad. Een opvallend detail is dat behalve vele soorten die knikkende bloemen hebben, de topjes van de bloemblaadjes naarmate uitbloei vordert, achterwaarts gebogen zijn. De planten houden van een wat zanderige humusrijke grond op een beschaduwd plekje en de bollen dienen vrij diep te worden geplant. Ze kunnen vele jaren op dezelfde plaats staan en vermeerderen zich voornamelijk door zaad.
View: