Actieplan Duurzame Bloembollensector

Op 3 december 2014 bood de K.A.V.B.  het actieplan 'Gezonde Bollen, Bloeiende Sector' aan aan de Tweede Kamerleden Lutz Jacobi en Gerard Schouw.

Lees hier over de stevige ambities. (pdf)



Bloembollen en milieu. Vijf vragen en antwoorden


De teelt van bloembollen is vooral een Nederlandse aangelegenheid. Het merendeel van de bollen die wij verkopen komen bij telers uit Nederland vandaan. Deze telers doen elk jaar enorm hun best om een kwalitatief goed product te telen voor u. Hij gebruikt daarbij allerlei moderne technieken, zoals computergegevens over het weer, analyseresultaten van grondmonsters en nauwkeurige spuittechnieken om allerlei hulpmiddelen zo nauwkeurig mogelijk toe te dienen. Al meer dan twintig jaar meten overheden en waterkwaliteitsbeheerders eventuele reststoffen in bijvoorbeeld het oppervlaktewater. Uit die metingen blijkt dat er in twintig jaar tijd heel hard is gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit van de oppervlaktewater. Ook de komende jaren heeft de sector de opdracht gekregen van de overheid om te zorgen voor een schoon milieu. Als verkoper van bloembollen krijgen we soms vragen over de manier waarop de producten die u koopt zijn geteeld. De vijf meest gestelde vragen komen hier aan bod, voorzien van een antwoord. 

 

Gebruiken bloembollentelers gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van bloembollen, en zo ja, waarom? 

Het uitgangspunt van elke teler is het kweken van een gezond en kwalitatief product voor u. De teelt van de meeste bloembolgewassen kan helaas niet geheel zonder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De belangrijkste reden hiervoor is dat de teelt van bloembollen in feite een monocultuur is, waarbij heel veel dezelfde planten op een relatief kleine oppervlakte staan. Als één plant ziek wordt, is de kans groot dat de andere planten ook besmet raken. Om de kans op een ziekte tot een minimum te beperken gebruikt een teler gewasbeschermingsmiddelen. Dit betreft in alle gevallen middelen die door de overheid officieel zijn toegelaten, en daarvoor uitgebreid zijn beoordeeld door het College voor toelating van bestrijdingsmiddelen (Ctgb) in Wageningen. Een andere reden waarom telers soms middelen gebruiken, is dat de grond waarin zij hun bollen telen vooral daarvoor geschikt is, met een relatief intensief gebruik van de grond voor de bloembollenteelt. 

 

Hoeveel middelen gebruikt een teler?

Dat hangt van heel veel factoren af. Een belangrijke factor is het weer. Als het in het voorjaar droog en koel weer is, is de kans op ziektes klein. De meeste telers bepalen met de weersvoorspelling of het nodig is om te spuiten.  Bij droog en koel weer zal de teler vrijwel niet spuiten tegen schimmelziektes. Ook het bolgewas speelt een rol. Het ene gewas is minder ziektegevoelig dan het andere bolgewas. Sinds enkele jaren investeren ondernemers steeds meer in het bodemleven, omdat een actief en gezond bodemleven planten sterker maakt, waardoor ook minder bespuitingen nodig zijn.

Alle gewasbeschermingsmiddelen die een teler gebruikt dient hij te registreren, en bij controle door de regionale milieudienst te kunnen tonen aan de handhaver.

 

Welk effect hebben gewasbeschermingsmiddelen op bijen?

Dat effect geldt maar voor een hele kleine groep middelen, genaamd neonicotinoiden, waarvan overigens nog steeds niet afdoende is vastgesteld, dat er een effect is op bijen. Wetenschappers zijn het op dit punt niet eens, en ook binnen de bijenhouders lopen de meningen over het effect van deze middelen op bijen sterk uiteen. De overheid heeft via het Ctgb de toepassingsmogelijkheden van deze middelen inmiddels zodanig ingeperkt, dat ze niet op bolgewassen gespoten mogen worden die in het teeltseizoen gaan bloeien. Alleen heel jong materiaal, dat tijdens de teelt niet bloeit, mag met deze groep middelen worden bespoten. 

 

Kan Nijssen Bulbs Heemstede biologische bloembollen leveren?

Ja, het assortiment biologisch gekweekte bloembollen wordt steeds groter. Daarnaast bieden wij bloembollen met het Nijssen Bulbs Keurmerk. Dit zijn bloembollen die afkomstig zijn van kwekerijen die ons ervan overtuigd hebben de bedrijfsvoering op een duurzame wijze uit te voeren en daarbij zo veel mogelijk rekening houden met het milieu. Dit kunnen zij doen doordat zij een keurmerk zoals MOPS, FFF of Skal voeren, of ons persoonlijk overtuigd hebben zo milieuvriendelijk mogelijk te produceren.

 

Gebruikt Nijssen Bulbs Heemstede gewasbeschermingsmiddelen bij de bollen die ik koop?

Nee, wij gebruiken geen middelen.

 

 Vogels in de bollenvelden

Weinig mensen weten dat er ieder voorjaar tal van vogels broeden in de bollenvelden. Toch broeden veel relatief zeldzame soorten, zoals Patrijs, Veldleeuwerik, Gele Kwikstaart, Kieviet, Grutto, Scholekster en de Wilde Eend graag in de bollenvelden. Helaas groeien de aantallen vogels niet omdat er te veel natuurlijke vijanden zijn. In februari komen de bolgewassen bovengronds en strekken zich, tot in mei de bloemen het verder groene landschap gaan kleuren. De tulpen worden gekopt, net onder de bloem. Hierna blijft het gewas op en hoogte van 20-40 cm staan, en groeit ondergronds de bol verder. Vanaf half juni tot ver in juli worden de bollen geoogst. Van maart tot tenminste half juni blijft de grond in rust en worden nesten dus niet bedreigt. Wel worden de velden regelmatig beregend. Als de bloemen gaan bloeien worden ze nagelopen op afwijkingen, waarna ze machinaal worden afgesneden. Daarna is er rust tot de oogst. Bollenvelden zijn aantrekkelijk als broedplaats voor broedvogels doordat ze in het vroege voorjaar sneller opgewarmd zijn dan graslanden en het gehele broedseizoen beschutting en rust bieden. De Perceelsranden (teeltvrije zones en oevers) bieden de vogels voedsel. Nadat bollen zijn gerooid, zijn de rulle en vochtige percelen zeer in trek bij foeragerende vogels. De dichtheid van broedvogels op bollenvelden wordt, naast de beschutting en rust, voor een belangrijk deel bepaald door het aanbod van voedsel. Net zoals andere bouwlandpercelen tussen graslanden trekken bollen kieviten en scholekster als broedvogels aan. Opvalt dat in gebieden met bollenteelt het aantal “bouwlandvogels” zoals patrijs, gele kwikstaart en fazant meer voorkomen dan in gebieden met louter grasland. De gele kwikstaart is een algemene broedvogel in de bollen. Voor deze soort is een rustperiode tot half juni of nog later, lang genoeg om eieren uit te broeden en kuikens te doen opgroeien. Dit gebeurt dan ook en kuikens van kievit en scholekster verblijven graag in bollenvelden, waarbij het regelmatig beregenen juist een voordeel is. Ook tureluurs leiden hun kuikens graag naar de bollen. Helaas worden vele eieren, pullen en vogels door kauwtjes, vossen en roofvogels op gegeten. Omdat de natuur niet meer in balans is.

Bron: K.A.V.B. juni 2014